Een potje uit de drogist lijkt soms een simpele oplossing. Toch schrijft een arts vitamines meestal pas voor als er een vastgesteld tekort is, of als iemand duidelijk meer risico loopt om een tekort te krijgen.
Dat is logisch. Klachten zoals moeheid, duizeligheid, prikkelbaarheid of sombere gevoelens kunnen bij een vitaminegebrek passen, maar ze zijn niet specifiek. Ze kunnen ook heel andere oorzaken hebben. Daarom kijkt een huisarts eerst naar het totaalplaatje, en soms naar bloedonderzoek, voordat er sprake is van vitamines op recept of een gericht advies om te suppleren.
Wanneer een arts vitamines voorschrijft
Een arts kan vitamines voorschrijven bij een vastgesteld tekort of bij een verhoogd risico. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij vitamine D, vitamine B12, foliumzuur en vitamine K.
Sommige tekorten komen relatief vaak voor. Een vitamine D-tekort komt in Nederland in de winter voor bij 7 tot 26% van de mensen. Een vitamine B12-tekort komt voor bij 10% van de ouderen. Van foliumzuur krijgt meer dan de helft van de Nederlanders te weinig binnen. Vitamine K is vooral een aandachtspunt bij pasgeborenen, en dan met name bij borstgevoede baby’s.
Ook andere situaties kunnen meespelen. Een tekort kan ontstaan door ongezond eten, te weinig eten, alcoholverslaving, ouderdom, zwangerschap of veganisme. Verder kunnen bepaalde medicijnen, zoals metformine en maagzuurremmers, een B12-tekort veroorzaken. En bij aandoeningen waarbij voedingsstoffen minder goed worden opgenomen, zoals bij Crohn, of bij lever- en nierstoornissen, kan een arts extra alert zijn.
Welke vitamines het vaakst op recept of op advies worden gegeven
In de huisartsenpraktijk gaat het vaak om enkele bekende vitamines.
Vitamine D
Vitamine D wordt vaak geadviseerd of voorgeschreven aan risicogroepen. Dat zijn onder meer kinderen, mensen met een donkere huid, ouderen en zwangeren. Ook mensen die weinig buiten komen, bedekkende kleding dragen of obesitas hebben, lopen meer risico op een tekort. Bij een hoog risico op botbreuken kan direct suppletie worden gestart.
Niet iedereen met vage klachten heeft automatisch een vitamine D-tekort. Moeheid, duizeligheid en sombere gevoelens kunnen daarbij passen, maar hebben vaak ook andere oorzaken. Extra inname zorgt er niet voor dat de hersenen beter gaan werken.
Vitamine B12
Bij vitamine B12 kijkt de arts vaak extra goed als er klachten zijn die passen bij een tekort, zoals bloedarmoede of zenuwproblemen. Een tekort kan lang onopgemerkt blijven.
Risicogroepen zijn onder meer veganisten, mensen met maag- of darmziekten, mensen die een maagoperatie hebben gehad en mensen die metformine of maagzuurremmers gebruiken.
Als er een tekort is met klachten, bestaat de behandeling vaak uit pillen van 1000 microgram per dag gedurende 3 maanden, gevolgd door een evaluatie. Soms is behandeling levenslang nodig. Bij ernstige klachten worden injecties gegeven.
Foliumzuur
Foliumzuur kan worden geadviseerd of voorgeschreven rond een zwangerschap. De gebruikelijke dosis is 0,4 tot 0,5 mg per dag vóór en aan het begin van een zwangerschap, om neuraalbuisdefecten te helpen voorkomen.
Ook buiten de zwangerschap kan een lage inname voorkomen. Meer dan de helft van de Nederlanders krijgt er te weinig van binnen. Risicogroepen zijn onder meer mensen die zwanger zijn, borstvoeding geven of kanker hebben.
Vitamine K voor baby’s
Pasgeborenen krijgen vitamine K omdat een tekort bloedingen kan geven. Na de geboorte gaat het om een eenmalige injectie van 1 mg, of om dagelijkse druppels van 150 microgram tot 3 maanden bij borstvoeding.
Bij deze vitamine is het doel heel concreet: het voorkomen van bloedingen in de eerste levensmaanden.
Hoe de huisarts beoordeelt of vitamines nodig zijn
Een arts kijkt niet alleen naar klachten, maar ook naar voeding, leefstijl, medicijnen en aandoeningen die de opname van vitamines kunnen verstoren.
Bij een vermoeden van een B12-tekort kan bloedonderzoek worden gedaan naar de B12-spiegel, MMA en homocysteïne. Soms wordt ook gekeken naar de oorzaak van het tekort, bijvoorbeeld in de maag of darmen. Een vitamine D-spiegel kan ook worden bepaald, al gebeurt dat niet altijd.
Dat onderscheid is belangrijk. Iemand kan zich moe voelen zonder dat daar een tekort achter zit. En omgekeerd kan een tekort soms weinig duidelijke klachten geven.
Wanneer vitamines op recept logischer zijn dan zelf iets slikken
Zelf een supplement kopen is makkelijk, maar een arts schrijft vitamines vooral voor als daar een duidelijke reden voor is. Bijvoorbeeld bij een vastgesteld tekort, bij ernstige klachten, of als er een verhoogd risico bestaat door leeftijd, zwangerschap, voeding, medicijnen of ziekte.
Bij vitamine B12 is dat verschil goed zichtbaar. Als er ernstige klachten zijn, vooral neurologische klachten, is afwachten geen optie en zijn injecties nodig. Bij lichtere klachten kan orale suppletie worden overwogen. En als een lage B12-waarde toevallig wordt gevonden zonder klachten, kan er soms worden afgewacht.
Vitamines op recept zijn dus geen standaardoplossing voor algemene vermoeidheid of een dip in energie. Ze worden gericht ingezet, op basis van klachten, risico en soms bloeduitslagen.
Wat je zelf kunt doen
Gezond en gevarieerd eten blijft de basis. Denk aan groente, fruit, volkoren producten, eiwitten en zuivel. Voor verschillende vitamines kunnen ook vette vis, eieren, vlees, noten en peulvruchten bijdragen.
Voor vitamine D helpt het om dagelijks naar buiten te gaan voor zonlicht.
Eet je vegetarisch of veganistisch, dan is het verstandig extra te letten op B12, ijzer, calcium en vitamine D via voeding of supplementen.
Vrij verkrijgbare middelen die vaak worden gebruikt zijn vitamine B12-pillen van 1000 microgram, vitamine D-supplementen, foliumzuur in lage dosering van 0,4 tot 0,5 mg per dag en vitamine K-druppels voor baby’s.
Wanneer contact opnemen met de huisarts
Neem binnen 1 tot 2 dagen contact op met de huisarts als je vaak moe of slap bent, bleek ziet, duizelig bent, tintelingen hebt, prikkelbaar bent of sombere gedachten hebt. Doe dat ook als je niet gezond eet en klachten hebt, veel bent afgevallen of weinig eetlust hebt. Klachten die kunnen passen bij een B12-tekort, zoals bloedarmoede of zenuwproblemen, zijn ook een reden om aan de bel te trekken.
Bel direct 112 of de huisartsenpost als:
– een pasgeborene ernstige bloedingen heeft
– je plotseling ernstige neurologische klachten krijgt, zoals krachtsverlies, uitvalsverschijnselen, verwardheid of niet meer goed kunnen lopen
Bij sombere gedachten is het belangrijk om niet alleen te blijven rondlopen met je klachten. Je kunt ook contact opnemen met 113 of MIND voor steun en advies.
Veelgestelde vragen
Krijg je vitamines alleen op recept bij een tekort?
Meestal schrijft een arts vitamines voor bij een vastgesteld tekort of bij een duidelijk verhoogd risico. Dat kan bijvoorbeeld spelen bij zwangerschap, ouderdom, veganisme, bepaalde medicijnen of aandoeningen van maag en darmen.
Kan moeheid betekenen dat ik een vitamine tekort heb?
Dat kan, maar moeheid is een aspecifieke klacht. Ook duizeligheid en sombere gevoelens zijn niet automatisch een teken van een B12-tekort. Laat klachten die blijven bestaan beoordelen door je huisarts.
Wanneer schrijft een arts vitamine B12 voor?
Dat gebeurt vooral als er een tekort is met klachten, zoals bloedarmoede of zenuwproblemen. Vaak start de behandeling met pillen van 1000 microgram per dag gedurende 3 maanden, daarna volgt een evaluatie. Bij ernstige klachten zijn injecties nodig.
Wordt vitamine D nog vergoed?
Vitamine D en calcium worden niet meer vergoed uit de basisverzekering.
Waarom krijgen baby’s vitamine K?
Pasgeborenen krijgen vitamine K om bloedingen te voorkomen. Dat gebeurt met een eenmalige injectie na de geboorte of met dagelijkse druppels tot 3 maanden bij borstvoeding.
Kun je zelf beginnen met vitamines?
Soms gebruiken mensen zelf supplementen, zoals vitamine D of B12. Toch is het verstandig om bij aanhoudende klachten, risicofactoren of twijfel eerst met de huisarts te overleggen, zodat duidelijk wordt of vitamines nodig zijn en welke vorm past.
Dit artikel is informatief en vervangt geen medisch advies. Bij aanhoudende klachten of twijfel: raadpleeg je huisarts.



